Reflectie: Black Skin, White Masks (Frantz Fanon 1952; intro, chap 4, 5, 7 & 8)

 Retail

 3 views
of 3
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.
Description
Reflectie: Black Skin, White Masks (Frantz Fanon 1952; intro, chap 4, 5, 7 & 8)
Share
Tags
Transcript
  Ethnicity: Theoretical Perspectives and Applications 2013-2014  Marjan Buseyne Black Skin, White Masks (Frantz Fanon 1952 * ) Why you wanna fly, Blackbird? You ain’t ever gonna fly You ain’t got no on to hold you You ain’t got no one to care If you’d only understand, dear, nobody wants you anywhere So, why you wanna fly, Blackbird? You ain’t ever gonna fly Blackbird (Nina Simone 1966) Frantz Fanons BSWM gaat, kortweg, over de negatieve psychologische effecten van kolonialisme, racisme en dehumanisering, wat hij uitwerkt aan de hand van de zwarte psyche die zich begeeft in een blanke regulerende wereld. Als postkoloniale denker beschouwt Fanon de zwarte identiteit en haar strijd met zichzelf in het blanke contact om vervolgens een militante oproep te doen aan de zwarte subaltern om een zwart bewustzijn (her-) uit te vinden; een bewustzijn dat zich weigert in te schrijven in een blanke koloniale matrix. Een bewustzijn dat zichzelf als uitgangspunt neemt en agency aanschrijft: “I will initiate the cycle of my freedom” (164). Deze beknopte omschrijving doet helaas afbreuk aan de rijke gelaagdheid van Fanons werk; een overweldigende  gelaagdheid die evenzeer te voelen is bij het lezen van slechts enkele hoofdstukken, maar niet ten volle getoond kan worden in een beperkte reflectie zoals deze. Ik begrijp Fanons model als een kader dat bestaat uit een ontologische probleemstelling en de rol daarin van sociale determinatie. Fanon toont hoe het emische standpunt van de zwarte wordt miskend en opgevuld door het buitenstaandersperspectief van de blanke; de zwarte ervaring wordt niet aangenomen als realiteit – objectief noch subjectief. Nooit wordt *   Fanon, Frantz (1952) Black Skin, White Masks. (Introduction, chapters 4, 5, 7 & 8). London: Paladin.    de vraag gesteld “what does the black man want?” (7). De blanke blik overheerst en determineert het leven van de zwarte subaltern die zich verliest in een inferioriteitsgevoel nadat hij het onderspit delft in het gevecht tegen zijn (gecreëerde) afhankelijkheid van de blanke. Fanon merkt nochtans het fenomenologisch perspectief van Maurice Merleau-Ponty op dat “belichaamde kennis” vooropstelt als beginsel voor iemands leefwereldervaring en -beschouwing. Subjectiviteit geldt dus toch als ontologisch fundament, denkt Fanon, om snel te besluiten dat dit uitsluitend opgaat voor de westerse koloniaal. De zwarte wordt immers tot een object van blanke imaginatie gevormd en in zijn “andersheid” gevangen gezet als een bezittelijke “toy in the white man’s hands” (99). Daarmee wordt hij tegelijk aan de kant gezet, alleen gelaten met zijn rationele misbegrepen zelfverklaringen, alleen gelaten in zijn irrationele négritude : “My body was given back to me sprawled out, distorted, recoloured, clad in mourning in that white winter day” (80). Fanons model is relevant in dat het solide genoeg is om toepasbaar te zijn op andere categorieën dan de zwarte subaltern. Vele andere groepen – zowel zwart als blank – kunnen ook tot “voorwerp” gemaakt worden van ontologische ontkenning: vrouwen, migranten, kinderen, etc. De blanke bijt zichzelf in de staart want wordt gegrepen door zijn eigenste creatie: het dominante perspectief spreekt in naam van alle “andere” groepen en vult hun wereldvisies als externe in met het oog op machtsdominantie, objectificatie, commodificatie, etc. Fanons model blijkt ook flexibel genoeg om te verbinden met menig cases. Zo bijvoorbeeld zie ik een relevante link met “Operatie Patser”, het discriminerende vervolgingsbeleid dat midden 2012 van kracht ging in Antwerpen en gevoerd werd ten aanzien van “verdachte eigenaars” van “duur ogende (‘patserige’) auto’s” die voornamelijk   in Borgerhout gezocht worden ∗ . Vanuit een etnocentrische visie wordt er een problematisch ∗  Buseyne, Marjan (2013) Emisch kijken naar ‘vreemde patsers’. [Examenopdracht “Interculturele Communicatie” S0E59A] Leuven: KU Leuven.  direct verband gelegd tussen etniciteit, leeftijd en inkomen waardoor allochtone groepen zonder enige bewijslast gecontroleerd en beschuldigd worden. Tevens wordt er verondersteld dat men enkel dure auto’s kan (of “mag”) bezitten als iemand het zich “kan veroorloven”. Er wordt echter voorbijgegaan aan de vraag of allochtonen mogelijks besparen op luxeproducten waaraan “niet-patsers” dan weer veel geld geven. Nog belangrijker is dat een Fanoniaanse vraag wordt gemeden: “wat wil de ‘patserige’ allochtoon” (7)? Vanuit welke culturele waarden vinden zij het belangrijk om een dure wagen te bezitten; en waarom krijgt dit de westerse stempel van “patserigheid”? In plaats van deze andersheid dichotoom neer te zetten tegenover een vermeende “westerse, homogene, autochtone identiteit”, is het misschien aangewezen om Fanons oproep in concreto om te zetten: “Why not the quite simple attempt to touch the other, to feel the other, to explain the other to myself? Was my freedom not given to me (…) in order to build the world of the You ? (…) O my body, make of me always a man who questions!” (165).
Related Search
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks